Goed voorbereid naar de teststraat met je kind

Tips: Met je kind naar een coronatest

Sinds juni zijn de coronatesten voor iedereen beschikbaar. Ook kinderen worden steeds vaker getest. We verzamelden tips van andere ouders en professionals.

De test wordt bij kinderen, net als bij volwassenen, met een wattenstaafje gedaan. Deze gaat diep in neus en keel. Geen prettige ervaring en voor jonge kinderen kan ook de beschermende kleding van de testmedewerkers diepe indruk maken. Dus: een goede voorbereiding is het halve werk!

1. Is de test echt nodig?

De test duurt niet lang maar is een indrukwekkende ervaring en het gevoel van het wattenstaafje in neus en keel is niet prettig. Je voorbereiding begint ermee dat je je afvraagt of de test écht nodig is. Vraag je eerst af wat de uitslag toevoegt, of de klachten ernstig genoeg zijn, en of er huisgenoten zijn met klachten waarvan je de testuitslag eerst kunt afwachten.

2. Voor en tijdens de test

  • Vraag bij het maken van de afspraak of er een speciale kinderteststraat is. Kinderen hebben behoefte aan andere begeleiding en instructies dan volwassenen en kunnen daarom het best door mensen worden geholpen die hiervoor specifiek zijn opgeleid.
  • Vertel met neutrale woorden aan je kind wat er gaat gebeuren. Hoe lang het duurt. Vertel hoe de beschermende kleding van de testmedewerkers eruitziet. Bekijk en bespreek bijvoorbeeld samen het filmpje van het NOS Jeugdjournaal over de kinderteststraat.
  • Kom ruim op tijd. Zorg dat je rustig naar de teststraat kunt, dat je geen andere kinderen bij je hebt, dat je weet waar je moet zijn en hoe je daar moet komen. Als je gehaast of afgeleid bent geeft dat onrust bij jou en je kind.
  • Blijf bij je kind tijdens de test. Dat is voor je kind belangrijk en geeft vertrouwen. Wanneer je rust en vertrouwen uitstraalt helpt dat je kind.

3. Helpende taal

  • Gebruik beschrijvende taal: ‘Deze meneer heeft een wattenstaafje. Daarmee haalt hij wat snot uit je neus en keel.’
  • Let op HOE je praat: spreek rustig en kalm.
  • Let op WAT je zegt: wees positief en wek vertrouwen: ‘Ik blijf bij je’, of ‘Wat help je de dokter goed door zo stil te blijven zitten.’
  • Voor kinderen is het fijn als er één iemand praat. Praat niet door elkaar.
  • Sluit af met ‘Goed gedaan!’ of ‘Ik ben trots op je!’

4. Niet doen:

  • Het in de houdgreep houden van je kind om de test toch mogelijk te maken kan negatieve gevoelens bij je kind geven en daar kan je kind lang last van houden.
  • Zeg niet ‘Stel je niet aan’, of ‘Doe normaal’.
  • Woorden met een negatieve lading, zoals  ‘bang’,  ‘pijn’ of ‘vervelend’ kun je beter niet gebruiken.

5. Na de test

  • Als de test klaar is geef je je kind een compliment: Dat heb je goed gedaan!
  • Vraag aan je kind hoe het ging.

Dit artikel is gemaakt met informatie van loes.nl en kindenzorg.nl

Beeld: Medical vector via www.freepik.com

Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email
Direct naar de inhoud